hybride of volledige warmtepomp: welke past bij jou
Toen wij de knoop moesten doorhakken, bleek dit de vraag waar het echt om draaide. Niet welk merk, niet welk vermogen, maar dit. Ga je voor een hybride opstelling waarbij je cv-ketel blijft hangen, of stap je in één keer over op een volledige warmtepomp en gaat het gas eruit? Het is een keuze die veel mensen veel te snel maken, in beide richtingen.
Wat een hybride warmtepomp eigenlijk doet
Een hybride systeem is een combinatie. Je houdt je cv-ketel en zet er een kleinere warmtepomp naast. Het grootste deel van het jaar doet de warmtepomp het verwarmen, en op de echt koude dagen of bij een grote warmtevraag springt de ketel bij. Je hebt dus altijd een achtervang. Voor warm tapwater gebruik je in veel hybride opstellingen nog gewoon de ketel.
Het mooie eraan is dat je huis niet perfect geïsoleerd hoeft te zijn. Omdat de ketel kan bijspringen op momenten dat de warmtepomp het in z’n eentje niet redt, ben je minder afhankelijk van een ideale schil. Voor de gemiddelde Nederlandse woning die ergens halverwege de verduurzaming zit, is dat een eerlijke tussenstap. Je verbruikt fors minder gas zonder dat je je hele huis hoeft om te bouwen.
Wanneer een volledige warmtepomp logischer is
Een volledige, all electric warmtepomp doet alles. Verwarming én warm water, helemaal zonder gas. Daarmee kun je je gasaansluiting laten afsluiten en die vaste kosten kwijtraken. Maar er is een harde voorwaarde. Je huis moet de warmte goed vasthouden en je afgiftesysteem moet geschikt zijn voor lage temperaturen. Lukt dat niet, dan moet de warmtepomp harder werken, daalt het rendement en stijgt je stroomrekening.
Bij een goed geïsoleerd huis met vloerverwarming of ruime radiatoren is een volledige warmtepomp vaak de betere keuze op de lange termijn. Je bent dan echt van het gas af en je hebt één systeem in plaats van twee. Of jouw huis daar klaar voor is, hangt van meer factoren af dan isolatie alleen. In mijn overzicht over of je huis klaar is voor een warmtepomp loop ik die hele afweging stap voor stap door.
De afweging die echt telt
Waar het wat mij betreft op neerkomt is dit. Hoe slechter je huis isoleert, hoe aantrekkelijker hybride wordt. Hoe beter je schil, hoe meer een volledige warmtepomp loont. Een hybride warmtepomp is geen halfslachtige keuze, het is de slimme tussenstap voor wie nog niet aan de all electric eisen voldoet.
Daar zit ook meteen het addertje. Een hybride opstelling houdt je gasaansluiting in stand, en daarmee de vaste kosten en de afhankelijkheid van een fossiele brandstof. Sommige mensen zien hybride daarom als uitstel van de echte stap. Ik snap dat argument, maar ik vind het te streng. Een goede tussenstap die nu gas bespaart, is beter dan een perfecte stap die je over vijf jaar misschien neemt.
Ruimte, geluid en de praktijk
Vergeet de praktische kant niet. Een volledige warmtepomp heeft doorgaans een grotere buitenunit en binnen ruimte nodig voor een boilervat voor je warm water. Dat boilervat moet ergens staan, en in een klein rijtjeshuis is dat zo gevonden niet. Een hybride systeem is meestal compacter omdat je voor tapwater de bestaande ketel houdt.
Houd ook rekening met geluid van de buitenunit, zeker als je dicht op de buren zit. Een goede installateur kijkt naar de plaatsing zodat je er zelf en je buren geen last van hebben. Dit is precies waarom ik altijd zeg dat je iemand je huis moet laten bekijken voordat er een offerte op tafel ligt.
Wat ik zou doen
Zit je huis nog niet helemaal goed qua isolatie en wil je nu al gas besparen zonder een grote verbouwing? Dan is hybride een prima keuze, en je kunt later altijd doorgroeien. Heb je een goed geïsoleerd huis met een geschikt afgiftesysteem en wil je definitief van het gas af? Ga dan voor volledig en doe het in één keer goed. Beide keuzes zijn verdedigbaar. De fout die je niet wilt maken, is een volledige warmtepomp in een tochtig huis hangen en je daarna verbazen over de stroomrekening.