nul-op-de-meter: wat het is en wat het van je vraagt
Nul-op-de-meter klinkt als een belofte die te mooi is om waar te zijn. Een huis dat aan het eind van het jaar netto niets verbruikt, waarbij de energierekening op nul of bijna nul uitkomt. Het bestaat echt, er staan er duizenden in Nederland, maar de term wordt zo losjes gebruikt dat het de moeite waard is om precies te kijken wat er onder zit en wat het van een huis vraagt.
De kern is een boekhoudkundige balans. Een nul-op-de-meterwoning, kortweg NOM, wekt over een heel jaar gemeten ongeveer evenveel energie op als hij verbruikt. In de zomer produceren de zonnepanelen een overschot, in de winter trek je stroom van het net. Tel je alles bij elkaar op, dan komt het rond nul uit. Let op dat woordje gemiddeld, want op een grijze decemberdag verbruik je natuurlijk gewoon energie.
De volgorde die er onder ligt
Een NOM-woning ontstaat niet door simpelweg een dak vol panelen te leggen. De basis is een schil die zo weinig mogelijk energie nodig heeft. Zware isolatie, goede kozijnen en luchtdichtheid komen eerst, en pas daarna kijk je naar opwekken. Dezelfde denkwijze als bij een passiefhuis, alleen leg je er bij NOM nog een opwek-eis bovenop.
Dat verschil is belangrijk en wordt vaak door elkaar gehaald. Passief gaat over hoe weinig je nodig hebt. Nul-op-de-meter gaat over die behoefte plus het zelf opwekken ervan. Een passiefhuis kan nul-op-de-meter zijn, maar dat hoeft niet, en een NOM-woning is niet automatisch passief gebouwd. Het zijn twee meetlatten die elkaar deels overlappen.
Wat het concreet van je huis vraagt
In de praktijk zie je bij een NOM-woning vrijwel altijd dezelfde ingrediënten. Een fors zonnepanelenveld op het dak, een warmtepomp in plaats van een gasketel, en balansventilatie met warmteterugwinning om de warmte binnen te houden. De gasaansluiting is eruit. Het huis draait volledig op elektra, dat het deels zelf maakt.
Dat stelt eisen aan het dak en de oriëntatie. Een klein dak op het noorden krijgt het lastig om genoeg op te wekken. Daarom is nul-op-de-meter makkelijker te halen bij nieuwbouw, waar je het ontwerp erop kunt afstemmen, dan bij een bestaand huis met een ongunstige stand. Niet onmogelijk bij bestaande bouw, maar wel duurder en soms onhaalbaar.
De energieprestatievergoeding
Bij huurwoningen komt er nog iets bij dat veel mensen niet kennen. Voor NOM-huurwoningen mag een verhuurder een energieprestatievergoeding vragen, de EPV. Dat is een vast maandbedrag dat de huurder betaalt omdat de woning zo zuinig is en de energierekening laag. De gedachte is dat de huurder per saldo niet duurder uit is, omdat de besparing op energie de vergoeding compenseert. Hoe hoog die mag zijn is wettelijk begrensd en hangt af van de oppervlakte en de energievraag.
Of dat in de praktijk eerlijk uitpakt, hangt sterk af van hoe goed de woning echt presteert. Een NOM-woning op papier is iets anders dan een NOM-woning in de werkelijkheid, en dat verschil betaalt de bewoner. Daarom is het verstandig om bij een NOM-huurwoning te vragen naar de werkelijke verbruikscijfers van bewoners, niet alleen naar de berekening.
Is het iets om naar te streven?
Voor wie nieuw bouwt is nul-op-de-meter een serieus haalbaar doel dat zichzelf op termijn terugverdient. Voor een bestaand huis ligt het genuanceerder. Soms is het slimmer om eerst flink te isoleren en de allerlaatste stap naar nul voor later te laten, in plaats van koste wat kost de meter op nul te dwingen.