kabels en leidingen luchtdicht door de dampremmer voeren
Op de dag dat de elektricien bij ons klaar was, hing er in de meterkast een bundel van veertien kabels die met één grote hap door de dampremmende folie was gegaan. Netjes werk verder, keurig gelabeld, alleen zat er een gat in de luchtdichte laag van het huis waar je een vuist doorheen kon steken. Dat is niet iets wat je later even oplost met een wolk purschuim. Een doorvoer voor een kabel of een leiding is de plek waar de meeste luchtdichte schillen in de praktijk stuklopen, en het is tegelijk het onderdeel dat je met een halfuur werk en een handvol materiaal zelf goed kunt krijgen.
Waarom juist die kleine gaatjes zoveel schade doen
Een gat van een paar centimeter klinkt onschuldig, maar door zo’n opening beweegt continu lucht zodra er binnen en buiten een drukverschil staat, en dat staat er bijna altijd: door wind, door temperatuurverschil, door je eigen ventilatie. Warme binnenlucht die door de constructie naar buiten kruipt, koelt onderweg af, en op het punt waar hij het dauwpunt passeert laat hij zijn vocht achter. In de isolatie, in het houtwerk, op de binnenkant van de beplating. Je verliest dus niet alleen warmte, je stopt ook water in een constructie die daar niet voor is gebouwd.
Daar komt bij dat een luchtdichte laag geen gemiddelde kent. Negenennegentig procent van je folie perfect afgeplakt hebben en dan veertien kabels los door de laatste procent laten lopen, levert geen negenennegentig procent resultaat op. De lucht zoekt de opening op en gebruikt hem allemaal. Dat is dezelfde reden waarom een goed gekozen dampremmer zonder nette aansluitingen weinig waard is: het materiaal doet zijn werk, de naden en doorvoeren bepalen het resultaat.
Wat je nodig hebt
Voor een doorvoer door folie of plaatmateriaal heb je dit klaarliggen voordat je begint:
- doorvoermanchetten of tules in de juiste maat, per kabeldikte of leidingdiameter, bij voorkeur zelfklevend
- luchtdichte systeemtape, acryl of butyl, in een breedte van minstens zes centimeter
- een tube aansluitlijm of luchtdichte kit voor de overgang naar steen, beton of hout
- een restant dampremmende folie voor het maken van een verstevigingslap
- een kunststof aandrukspatel, of anders de achterkant van een schilderskrabber
- een scherp stanleymes met verse mesjes, plus een schaar
- een ontvettende reiniger en een schone doek, want tape hecht niet op stof of bouwvuil
- luchtdichte inbouwdozen als er wandcontactdozen in de luchtdichte laag komen
- kabelbinders of een kabelklem voor de trekontlasting, en een potlood
- een wierookstokje of rookpen om je werk te controleren
De tape en de kit koop je bij Gamma, Praxis, Hornbach of Hubo, al ligt daar meestal maar één merk. Doorvoermanchetten, systeemtape in fatsoenlijke breedtes en aansluitlijm die ook op stoffig beton pakt, vind je bij een bouwmaterialenhandel als Raab Karcher, BMN of Jongeneel, en bij de webshops die zich op luchtdicht bouwen hebben toegelegd. Luchtdichte inbouwdozen liggen bij een elektrotechnische groothandel en tegenwoordig ook bij de grotere bouwmarkten. Mijn eigen regel is dat ik tape, kit en manchetten van één systeem koop. Dat is duurder dan de losse rol van een onbekend merk, en het is het waard, want de garantie op zo’n systeem gaat over de combinatie en niet over de rol.
Zo maak je de doorvoer
- Bepaal eerst waar de luchtdichte laag precies zit. Bij een houtskeletwoning is dat meestal de dampremmende folie aan de warme kant van de isolatie, bij een gemetselde woning vaak het stucwerk of een plaat. Loop de doorsnede na en wijs de laag letterlijk aan. Zolang je niet weet welk vlak dicht moet zijn, plak je maar wat.
- Plan de doorvoer voordat er iets doorheen ligt. Een kabel die er al hangt, maakt elke oplossing lastiger. Overleg met de elektricien dat kabels op één plek gebundeld door de laag gaan en niet op zeven verschillende punten, en dat er een halve meter speling blijft om mee te werken.
- Maak de opening kleiner dan je denkt. Snijd bij folie een kruis in plaats van een rond gat, met de punten net iets korter dan de omtrek van de kabel of buis. De folieflappen die je overhoudt vouw je terug langs de doorvoer, en die vormen de eerste afdichting.
- Reinig en droog het oppervlak. Ontvet de kabelmantel of de buis en veeg de folie stofvrij. Tape hecht op schoon en droog, niet op koude, vochtige of poederige ondergrond. Werk bij voorkeur boven de vijf graden, wat de meeste fabrikanten als ondergrens aanhouden.
- Zet het manchet of de tule om de doorvoer. Schuif het manchet over kabel of buis, druk de zelfklevende flens strak tegen de folie en werk vanuit het midden naar buiten, zodat er geen lucht onder blijft zitten.
- Tape kruislings af. Werk je zonder manchet, dan gebruik je twee stroken die elkaar haaks kruisen en die van de kabel op de folie overlopen, met minstens twee centimeter overlap. Kneed de tape rond de kabel aan in plaats van hem er los overheen te leggen.
- Druk alles aan met de spatel. Dit is de stap die het vaakst wordt overgeslagen en die het meeste uitmaakt. De lijm van luchtdichte tape hecht pas echt onder druk. Ga elke rand na met de spatel, ook de hoeken.
- Maak een trekontlasting. Zet de kabel vijftien centimeter achter de doorvoer vast met een klem of binder, zodat er nooit trekkracht op de afdichting komt te staan. Een kabel die later wordt doorgetrokken, scheurt anders je hele werk open.
- Dop loze leidingen af. Een lege wachtbuis is een schoorsteen. Er hoort een stop in, en die haal je er pas uit op het moment dat je hem gebruikt.
- Controleer je werk. Houd een brandend wierookstokje langs de doorvoer terwijl de ventilatie draait en kijk of de rook wegtrekt. Beter nog is het meenemen in een meting, want de plek waar de blowerdoortest het huis onder druk zet, is precies de plek waar dit soort werk zich verraadt.
De doorvoeren die mensen vergeten
Wat ik bij nieuwbouw en bij verbouwingen keer op keer terugzie, is dat de grote leidingen wel worden afgedicht en de kleine niet. De rioolontluchting door het dak, de doorvoer van de buitenunit van de warmtepomp, de antennekabel, de kabel van een buitenlamp, de doorvoer voor de tuinkraan, de wachtbuis naar de garage: dat zijn allemaal openingen in dezelfde laag. Bij het dak komen daar de meest hardnekkige bij, want die zitten hoog en daar is het drukverschil in de winter het grootst. Om diezelfde reden is een zolderluik luchtdicht maken zo lonend: het is een groot gat op de plek waar de warme lucht toch al naartoe wil.
Wat ik niet zou doen, is het gat volspuiten met purschuim en denken dat het daarmee klaar is. Purschuim isoleert en vult, maar het is geen luchtdicht materiaal: het bevat gesloten en open cellen door elkaar, het krimpt in de jaren erna, en het hecht slecht op een kabelmantel die zit te bewegen. Voor een gat in metselwerk dat je daarna alsnog netjes afplakt of afkit, is het een prima vulling. Als eindafwerking is het de meest voorkomende schijnoplossing die ik op bouwplaatsen tegenkom.
Reken voor een doorvoer met manchet op een minuut of tien werk, en voor een bundel van veertien kabels in een meterkast op een middag, omdat je die het beste eerst uit elkaar haalt en per stuk of per klein groepje afdicht. Dat is de saaiste middag van je hele bouw. Het is ook de middag waarvan je de rest van de winters plezier hebt, en dat is bij dit soort werk vrijwel altijd de verhouding.