lagetemperatuurverwarming: waarom je radiatoren ineens te klein zijn
Dit is het onderwerp waar mensen het meest van opkijken. Ze hebben een warmtepomp laten plaatsen, alles lijkt te kloppen, en toch wordt de woonkamer in januari niet lekker warm. De installateur heeft niets fout gedaan, het apparaat doet het prima. Het probleem zit in de radiatoren. Die zijn ineens te klein. En om uit te leggen waarom, moet ik even iets vertellen over temperatuur.
Het verschil tussen een ketel en een warmtepomp
Een gasketel maakt water heel warm. Zeventig graden of meer, dat is voor een ketel geen probleem. Een radiator die door zulk heet water wordt gevoed, geeft veel warmte af aan een kleine omtrek, dus een compacte radiator is genoeg om een kamer warm te krijgen. Zo zijn de meeste radiatoren in oudere huizen ook gekozen, op die hoge temperatuur.
Een warmtepomp werkt heel anders. Die levert warmte het efficiëntst op een lage temperatuur, ergens rond de vijfendertig tot veertig graden. Hoe lager de temperatuur die hij hoeft te leveren, hoe zuiniger hij draait. Maar lauwer water geeft per radiator veel minder warmte af. En daar wringt het. Dezelfde radiator die op zeventig graden je kamer warm stookte, komt op veertig graden simpelweg vermogen tekort.
Waarom groter het antwoord is
De oplossing is logisch als je het eenmaal doorhebt. Wil je met lauwer water toch genoeg warmte in de kamer krijgen, dan heb je een groter afgevend oppervlak nodig. Dat kan op twee manieren. Grotere of dikkere radiatoren, of vloerverwarming, want een vloer is in feite één gigantische lagetemperatuurradiator. Bij ons werd vloerverwarming op de begane grond de stille held van het hele project.
Een radiator is niet te klein door slecht ontwerp, hij is te klein voor de temperatuur waarop je hem nu vraagt te werken. Dat onderscheid is belangrijk, want het betekent dat je niet per se alles hoeft te vervangen. In sommige kamers volstaan de bestaande radiatoren prima, bijvoorbeeld omdat ze ruim bemeten zijn of de ruimte goed geïsoleerd is. In andere kamers moet er iets gebeuren.
Wat je kunt doen zonder je huis te slopen
Je hoeft niet meteen je hele vloer open te breken. Er zijn speciale lagetemperatuurradiatoren die met een ingebouwde ventilator meer warmte afgeven bij lage aanvoertemperaturen. Die kun je vaak op de bestaande aansluiting plaatsen. Ook bestaat er vloerverwarming die je freest in de bestaande vloer of die je in een dunne laag aanbrengt, zonder grote sloop. Per kamer kun je kijken wat het slimste is.
Belangrijk is dat je dit meeneemt in je plannen voordat de warmtepomp er hangt, niet erna. Een goede installateur maakt een berekening per ruimte en vertelt je waar het afgiftesysteem tekortschiet. Komt die berekening niet ter sprake, dan is dat een teken om kritisch te worden. Of je huis als geheel klaar is voor lage temperaturen, hangt samen met je isolatie. Ik heb dat bredere plaatje uitgewerkt in mijn overzicht over of je huis klaar is voor een warmtepomp.
Isolatie verlaagt de lat
Er is nog een route die mensen vaak vergeten. Hoe beter je huis isoleert, hoe minder warmte een kamer nodig heeft om aangenaam te zijn. En hoe minder warmte nodig is, hoe lager de aanvoertemperatuur kan, en hoe makkelijker je bestaande radiatoren het toch redden. Isolatie en afgiftesysteem hangen dus samen. Een dikkere gevel kan betekenen dat je een radiator niet hoeft te vervangen.
Daarom kijk ik nooit los naar radiatoren. Eerst de schil, dan de temperatuur die je huis vraagt, dan pas het afgiftesysteem. In die volgorde voorkom je dat je radiatoren koopt die je met betere isolatie niet nodig had gehad.
Verwacht een aangenamere warmte
Tot slot iets wat zelden genoemd wordt. Lagetemperatuurverwarming voelt anders, en in mijn ervaring prettiger. Geen snikhete radiator en daarboven koude lucht, maar een gelijkmatige, milde warmte die door de hele ruimte hangt. Vooral vloerverwarming geeft een comfort dat je niet meer wilt missen. Je radiatoren te klein noemen klinkt als een probleem, maar het is vooral een uitnodiging om je verwarming eindelijk goed af te stemmen op je huis.