waarom de lucht binnen ’s winters zo droog wordt in een luchtdicht huis
Half januari sta ik ’s ochtends bij de voordeur en krijg ik een schok van de deurklink. Niet één keer, maar drie dagen achter elkaar. Mijn dochter klaagt over een keel die aanvoelt als schuurpapier, de eikenhouten vloer in de woonkamer laat naden zien waar in september niets te zien was, en de kleine hygrometer op de vensterbank staat op 28 procent. Dat is het moment waarop bijna iedereen met een goed geïsoleerd huis dezelfde gedachte krijgt: er is iets kapot aan mijn ventilatie. Meestal is dat niet zo. Wat er gebeurt, is natuurkunde die precies zo hoort te werken, alleen heeft niemand je verteld dat je er iets aan moet doen.
Koude lucht is per definitie droge lucht
De verwarring begint bij het woord relatief. Wat je hygrometer aanwijst is de relatieve luchtvochtigheid: hoeveel water er in de lucht zit ten opzichte van wat die lucht bij die temperatuur maximaal kan vasthouden. En dat maximum is sterk afhankelijk van de temperatuur. Warme lucht kan veel water dragen, koude lucht bijna niets.
Neem een winterdag waarop het buiten min vijf graden is en het mistig is. Buiten meet je dan misschien 95 procent, en het voelt klam. Toch zit er in die lucht maar een fractie van het water dat lucht van eenentwintig graden kwijt kan. Haal je die buitenlucht naar binnen en verwarm je hem tot kamertemperatuur, dan verandert de hoeveelheid water niet, maar het maximum wel: dat schiet omhoog. De relatieve luchtvochtigheid zakt daardoor naar iets van twintig procent, zonder dat er ook maar één druppel is verdwenen. Je hebt de mist van buiten naar binnen gehaald en er woestijnlucht van gemaakt, alleen door hem op te warmen.
Dat is geen eigenschap van jouw huis. Dat gebeurt in elke woning in Nederland, elke winter, bij elke vorm van ventilatie. Het enige wat de bewoners weer omhoog brengt is het vocht dat ze zelf produceren: ademen, douchen, koken, planten, wasgoed, de hond. In een gemiddeld gezin is dat een verrassend grote hoeveelheid, en in de meeste huizen houdt dat de boel net op de goede kant van de streep.
Waarom je het in een luchtdicht huis harder voelt
In een tochtig huis uit 1962 wisselt de lucht zich vooral als het waait en als het koud is, want dan is het drukverschil over de schil het grootst. Op zulke dagen is dat huis ook kurkdroog, alleen merkt niemand het, omdat er een tweede verschijnsel overheen ligt: op de koude ruiten en in de koude hoeken slaat vocht neer. Er staat ’s ochtends condens op het glas, en dat leest iedereen als een vochtprobleem. Het huis is dan tegelijk te droog in de lucht en te nat op de oppervlakken.
In een woning die goed is dichtgezet en op de luchtdichte schil is gebouwd, verdwijnt dat tweede verschijnsel. De ramen blijven droog, de hoeken blijven warm, er is nergens een koud oppervlak waar het vocht neerslaat. Wat overblijft is alleen nog de kale luchtvochtigheid, en die wordt volledig bepaald door hoeveel buitenlucht je binnenhaalt. Daar zit de kern: bij balansventilatie met warmteterugwinning ligt dat debiet vast. De ventilator draait dag en nacht op de stand die de installateur bij oplevering heeft ingeregeld, of op de stand waarop hij is blijven staan sinds de laatste keer dat iemand eraan zat.
En die stand is bij oplevering vaak bepaald op een vol huis met een marge erbovenop. Dat is voor de zomer prima en voor een druk bezet huis ook. Maar als er in februari overdag twee mensen thuis zijn in plaats van vijf, ververs je uren achter elkaar lucht die niemand nodig heeft, en pomp je het weinige vocht dat je zelf maakt er in hetzelfde tempo weer uit. Dan zit je in maart nog steeds op 28 procent en denk je dat het aan het huis ligt.
Wat te droge lucht met je huis en met jou doet
De klachten die mensen het eerst noemen zijn de hunne: een droge keel bij het wakker worden, geïrriteerde ogen achter een beeldscherm, lippen die niet heel worden, een neus die ’s nachts dichtzit. Wie contactlenzen draagt of gevoelig is voor luchtwegklachten merkt het het scherpst. Statische elektriciteit is de meest zichtbare kant, en die schok bij de deurklink of bij het uitstappen uit de auto is niet gevaarlijk maar wel de duidelijkste graadmeter die je gratis krijgt.
Het huis zelf klaagt langzamer, maar duurder. Hout werkt met de luchtvochtigheid mee. Een massief eiken vloer die bij zestig procent is gelegd en de winter op vijfentwintig procent doorkomt, krimpt, en die krimp gaat in naden zitten. Binnendeuren gaan kieren, ladeblokken lopen scheef, een tafelblad kan scheuren, en een piano moet vaker gestemd. Ik heb dat de eerste winter na de bouw laten gebeuren en het is de duurste les geweest die dit huis me heeft geleerd. Sindsdien houd ik de winterwaarde in de gaten zoals ik in de zomer de temperatuur volg.
Wat werkelijk helpt, in de volgorde die ik zou aanhouden
Het eerste wat je doet is meten, en dan niet met het ding dat toevallig aan de gordijnrail hangt. Een hygrometer bij een raam of vlak boven de radiator liegt, de een naar boven en de ander naar beneden. Zet hem midden in de woonkamer op ongeveer anderhalve meter hoogte, uit de zon, en kijk een week lang op vaste momenten. Onder de dertig procent zit je te droog. Tussen ongeveer veertig en zestig procent zitten de meeste binnenklimaatrichtlijnen, en dat is ook het gebied waarin hout stabiel blijft en huisstofmijt en schimmels het geen van beide erg naar hun zin hebben.
Daarna kijk je naar de ventilatiestand, en niet naar een luchtbevochtiger. Dit is het punt waarop ik het vaak oneens ben met wat er in de installatiewereld wordt geadviseerd. De reflex is een apparaat bijzetten, terwijl je het probleem meestal wegneemt door in de winter een lagere basisstand aan te houden en de hoogstand alleen te gebruiken tijdens douchen, koken en bezoek. Een unit met een CO2-sensor kan dat zelf, en dat is precies waar zo’n sensor voor bedoeld is: verversen als er mensen zijn en rustig aan doen als er niemand is. Wat je nooit moet doen is de ventilatie uitzetten. Dan ruil je een droge keel in voor een binnenklimaat dat op andere punten misgaat, en dat is een veel slechtere ruil dan hij lijkt.
Vervolgens mag je stoppen met een aantal gewoontes die in de zomer verstandig zijn. Was binnen drogen in januari is prima, dat is gratis vocht op de plek waar je het wilt hebben. De badkamerdeur na het douchen even openzetten in plaats van de afzuiging op de hoogste stand te laten razen, scheelt ook. Planten helpen een beetje, veel minder dan mensen denken, maar een grote plant met vochtige potgrond doet meer dan een luchtbevochtiger die je toch niet schoonmaakt.
Pas als dat allemaal staat en je in januari nog steeds structureel onder de dertig procent zit, kijk je naar techniek. Voor woningen met balansventilatie bestaat er een wisselaar die naast warmte ook vocht overdraagt, vaak een enthalpiewisselaar genoemd, waarmee een deel van het vocht dat je naar buiten blaast in de aanvoerlucht terechtkomt. Bij sommige units is dat een uitwisselbaar onderdeel dat je zelf in een halfuur wisselt, bij andere niet, dus dat is de vraag die je stelt voordat je iets koopt. Kom je daar niet uit, dan is een goede luchtbevochtiger nog steeds beter dan drie maanden ellende, maar dan wel eentje die je wekelijks schoonmaakt en die je vult met leidingwater dat je er niet dagenlang in laat staan. Een vies reservoir verneveld door je woonkamer is erger dan droge lucht.
Wat dit soort dingen zo lastig maakt, is dat ze zich niet melden. Een kapotte cv-ketel merk je binnen een uur, maar een huis dat drie maanden per jaar te droog is, vertelt dat alleen aan je keel en aan je vloer, en die twee sturen geen storingsmelding. Het hoort in dezelfde categorie als zoveel dingen waarbij comfort zit op plekken waar je niet naar kijkt. Een hygrometer van een tientje en één keer per jaar de ventilatiestand nalopen is voor een luchtdicht huis geen luxe, maar gewoon onderhoud.